Maandagavond. We zitten in de auto op weg naar Brussel. Paps en ik. We kletsen wat, zijn af en toe wat stil. En hoewel we al vele malen zo in de auto hebben gezeten - al die keren dat hij me van Amsterdam naar Utrecht reed, en weer terug - is het deze keer anders. Morgen krijgen we namelijk iets belangrijks te horen. Het is ook anders omdat ik deze keer puf heb om te kletsen tijdens het ritje. Normaal gesproken hang ik half onderuit, zuchtend en puffend, omdat in de auto zitten me zoveel kost. Dit keer duurt de reis veel langer, maar houd ik het stukken beter vol. Bovendien heb ik ook iets om over te kletsen. Ik kan vertellen wat ik de afgelopen tijd heb gedaan, wat ik heb meegemaakt, wat ik allemaal voor het eerst weer ontdekt heb. Hoe fijn ik het vind om weer een beetje in de wereld te staan, maar dat ik soms ook best tegen dingen aanloop. Het is goed om eindelijk weer iets te vertellen te hebben over mijn leven, dat niet alle dagen meer hetzelfde zijn. Ik geloof dat we daar beide van genieten.
In het hotel aangekomen ploffen we op bed neer, voor mijn rug is zo'n reis uiteindelijk toch best zwaar. Na een kleine verkenningstocht door het hotel keren we terug naar onze kamer. We gaan niet al te laat naar bed, morgen wacht een zware dag.
's Nachts droom ik van psychiaters die mij de schuld geven van mijn ziekte. Ze zeggen dat ik niet moet denken dat ze er in België verstand van hebben, dat er in feite niks met me aan de hand is en dat ik het me allemaal inbeeld. Ze beweren dat ik gewoon weer lekker moet gaan sporten en dat het dan allemaal wel weer goed komt. In mijn droom ga ik volledig door het lint. Zwetend word ik wakker. Blijkbaar zit dat toch dieper dan ik dacht.
Na een onrustig nachtje gaat de wekker. Wat zal de dag gaan brengen? Ik moet nuchter in de kliniek verschijnen, dus paps vertrekt in zijn eentje naar het ontbijt. Na voor de zoveelste keer over mijn handen te hebben gepiest - de kunst van in het potje plassen heb ik nog steeds niet onder de knie - vertrekken we richting het stekje van De Professor.
Eerst word ik nog onderworpen aan een laatste testje. Na een uurtje aan het infuus te hebben gelegen word ik weer even losgelaten. Inmiddels heb ik de eerste uitslagen binnen: de resultaten van de voedingsallergietest. Het valt me alles mee: ik ben eigenlijk alleen echt allergisch voor sesam. Kan ik hebben. Verder heb ik antistoffen tegen gluten en gist, iets minder leuk. Maar goed, in ieder geval niet extreem allergisch, dus dat scheelt. Wie weet valt het dieet wel mee straks. Na drie grote glazen water achterover geslagen te hebben - op mijn nog steeds nuchtere maag - vertrekken paps en ik even naar het centrum. Over twee uur moet ik weer in een potje piesen, nou maar hopen dat ik het zo lang op kan houden.
Ondanks dat mijn lijf nooit zo goed acteert zonder eten, lopen we van de parkeergarage naar de Grote Markt. Het is een stuk zonniger dan de vorige keer, heerlijk. Paps stelt voor om even naar Manneke Pis te lopen, maar ik twijfel. De vorige keer, in januari, vonden mijn benen dat stukje lopen echt niet leuk.
'Dat is ver hoor!'
Toch doen we het. Vorige keer was mijn moeder mee en ik wil paps de Brusselse specialiteiten natuurlijk niet onthouden. We zien wel waar we uitkomen. Eenmaal bij 't Menneke aangekomen bruis ik nog van de energie. Jeetje, dat was helemaal niet ver! Een kippeneindje, eigenlijk. Blijkbaar is mijn loopvermogen er de laatste anderhalve maand behoorlijk op vooruit gegaan. Wat heerlijk om te merken. Dus lopen we nog maar een stukje door. Eindelijk is het tijd om te plassen - wat wederom niet bijzonder soepel gaat. Gelukkig hebben ze zeep in het cafeetje zullen we maar zeggen. Mijn blaas stond op springen en ik mag ook weer eten nu. Gelukkig maar, want ik was al behoorlijk aan het trillen. Alsof ik dagen niet gegeten heb werk ik mijn panini naar binnen.
We hebben nog wat tijd over, dus wandelen we een museum binnen. Leuk, mooi en vooral lekker rustig. Ook nog een stukje cultuur meegepakt, met hele bijzondere schilderijen. Inmiddels houden mijn pootjes het wel voor gezien en begint het uur van de waarheid ook steeds dichterbij te komen. Langzaam sukkelen we weer terug richting de parkeergarage, waar we onderweg nog snel een wafel bestellen. Vandaag mag het.
Terug in de auto merk ik dat ik gespannen ben. Wat zal De Professor gaan zeggen? Heeft hij een oplossing? Wat verwacht ik er eigenlijk van? Ik weet niet precies waar ik op moet hopen. In de wachtkamer is het inmiddels behoorlijk volgelopen. Ik hoop maar dat ik snel aan de beurt ben.
Na niet al te lange tijd roept De Professor me binnen. Net zoals de vorige keer geeft hij me geen hand, maar dit keer was ik erop voorbereid. Ik ga zitten, schuifel wat met mijn stoel. Ik ritsel met mijn plastic bekertje en hoop op goed nieuws, hoewel ik niet helemaal zeker weet wat dat dan precies zou betekenen.
De Professor werpt me een blik toe. Dan kijkt hij in de berg papieren die voor hem ligt. Uitslagen. Mijn uitslagen. Hij bladert wat. En kijkt me nog eens aan.
'Ja, niet goed he?' zegt hij.
'Nee?' vraag ik gespannen.
'Nee. Zeker niet. Kijk, hier.' Hij wijst op allerlei getalletjes en begint aan zijn uitleg. 'Een overgroei van bacteriën in uw darmen. Het immuunsysteem ligt volledig plat. Een lekkende darmwand. Fructose-intolerantie. Een overbelaste lever. Schimmels. Virussen. Nauwelijks Natural-Killer cellen. Giftige stoffen in uw bloedbaan.'
Ik luister. Vraag. Probeer het te begrijpen. Kijk mee naar allerlei rood uitslaande getallen en zie dat het niet goed is. Vraag hoe het ontstaan is.
'Waarschijnlijk die oude pfeiffer. Nooit helemaal weggegaan. Een aanslag op het immuunsysteem. Overgevoeligheid voor voedingsmiddelen. Aanleg. Pech.'
'Kan ik beter worden?' Ik houd mijn adem in.
Plots is hij heel stellig.
'Ja. Zeker. U zult volledig recupereren. Omdat u zo jong bent.'
Voorzichtig laat ik mijn adem gaan. Wat een opluchting.
'Maar het gaat zeker wel anderhalf jaar duren. Want dit is echt niet goed.'
Ik slik de pijn weg. Ik moet nog meer vragen. Over de behandeling, de medicatie. Ik wil het allemaal begrijpen. Ik wil weten wat er met me aan de hand is, hoe dit is gekomen. Hoe het kan dat het de laatste tijd beter met me gaat. Gelukkig heeft hij op het meeste vragen antwoord. Kan hij al mijn klachten aan de hand van deze uitslagen verklaren. De pijn in mijn rug, het snelle verzuren, het slechte slapen. Het hoort er allemaal bij. Het schept helderheid, maar in mijn achterhoofd gonzen de getallen. Waar sommige waarden in de honderden horen te zijn, zijn ze bij mij nog geen dertig. Niet best.
Als we uitgevraagd zijn lopen we de wachtkamer weer in. Over drie maanden moet ik terugkomen. In die drie maanden zal ik waarschijnlijk eerst nog behoorlijk achteruit gaan. Klein cadeautje van de medicijnen. Leuk. Fijn vooruitzicht ook.
Na het maken van nieuwe afspraken, het oplappen van mijn vader die even onderuit is gegaan (de beste man wil ook even wat aandacht op zo'n dag die alleen om mij lijkt te draaien), een gesprek met de diëtiste (juist, weer een nieuw dieet) en een bezoekje aan een Belgische supermarkt om de eerste basisbehoeften voor mijn nieuwe regime vast in the pocket te hebben, heb ik eindelijk een momentje voor mezelf. In de auto probeer ik alles tot me door te laten dringen.
'Wat vind je ervan, wat hij zei?' vraagt mijn vader.
En ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Het is fijn dat er nu een verklaring is, dat er veel duidelijke redenen zijn waarom ik me zo slecht voel. Het is fijn dat het goed gaat komen. Het is fijn dat ik uitzicht heb op - uiteindelijk - nog meer verbetering. Maar toch. Ik ben geschrokken. Het is een klap. Dat het zo slecht is, terwijl ik dacht dat het zo goed met me ging. Hoe slecht moet het dan wel niet geweest zijn? Het doet pijn dat weer even alles om mijn ziekte draait, terwijl ik eigenlijk het gevoel had dat ik het een beetje achter me aan het laten was. Het is er weer even helemaal.
Stilletjes rijden we terug naar Utrecht. Thuis aangekomen wil mijn moeder natuurlijk alles horen. Ook zij is geschrokken. Weet het niet goed te plaatsen. En ik? Ik ben kapot, ik kan niet meer.
Later in bed - als Aimee Mann in mijn oren herhaaldelijk 'How am I different?' zingt - breek ik. Het is even te veel. Ik kan het allemaal even niet meer plaatsen, snappen of vatten. Ik huil, en huil, en huil. Waarom gebeurt mij dit toch? Ik was toch juist beter aan het worden? Het ging toch zo goed? Waarom ben ik niet gewoon gezond? Waarom is het niet een keer klaar? Waarom ik? Waarom toch? Ik weet het allemaal even niet meer.
Na een kwartiertje zwelgen in zelfmedelijden val ik in slaap. Wat een dag.
In het hotel aangekomen ploffen we op bed neer, voor mijn rug is zo'n reis uiteindelijk toch best zwaar. Na een kleine verkenningstocht door het hotel keren we terug naar onze kamer. We gaan niet al te laat naar bed, morgen wacht een zware dag.
's Nachts droom ik van psychiaters die mij de schuld geven van mijn ziekte. Ze zeggen dat ik niet moet denken dat ze er in België verstand van hebben, dat er in feite niks met me aan de hand is en dat ik het me allemaal inbeeld. Ze beweren dat ik gewoon weer lekker moet gaan sporten en dat het dan allemaal wel weer goed komt. In mijn droom ga ik volledig door het lint. Zwetend word ik wakker. Blijkbaar zit dat toch dieper dan ik dacht.
Na een onrustig nachtje gaat de wekker. Wat zal de dag gaan brengen? Ik moet nuchter in de kliniek verschijnen, dus paps vertrekt in zijn eentje naar het ontbijt. Na voor de zoveelste keer over mijn handen te hebben gepiest - de kunst van in het potje plassen heb ik nog steeds niet onder de knie - vertrekken we richting het stekje van De Professor.
Eerst word ik nog onderworpen aan een laatste testje. Na een uurtje aan het infuus te hebben gelegen word ik weer even losgelaten. Inmiddels heb ik de eerste uitslagen binnen: de resultaten van de voedingsallergietest. Het valt me alles mee: ik ben eigenlijk alleen echt allergisch voor sesam. Kan ik hebben. Verder heb ik antistoffen tegen gluten en gist, iets minder leuk. Maar goed, in ieder geval niet extreem allergisch, dus dat scheelt. Wie weet valt het dieet wel mee straks. Na drie grote glazen water achterover geslagen te hebben - op mijn nog steeds nuchtere maag - vertrekken paps en ik even naar het centrum. Over twee uur moet ik weer in een potje piesen, nou maar hopen dat ik het zo lang op kan houden.
Ondanks dat mijn lijf nooit zo goed acteert zonder eten, lopen we van de parkeergarage naar de Grote Markt. Het is een stuk zonniger dan de vorige keer, heerlijk. Paps stelt voor om even naar Manneke Pis te lopen, maar ik twijfel. De vorige keer, in januari, vonden mijn benen dat stukje lopen echt niet leuk.
'Dat is ver hoor!'
Toch doen we het. Vorige keer was mijn moeder mee en ik wil paps de Brusselse specialiteiten natuurlijk niet onthouden. We zien wel waar we uitkomen. Eenmaal bij 't Menneke aangekomen bruis ik nog van de energie. Jeetje, dat was helemaal niet ver! Een kippeneindje, eigenlijk. Blijkbaar is mijn loopvermogen er de laatste anderhalve maand behoorlijk op vooruit gegaan. Wat heerlijk om te merken. Dus lopen we nog maar een stukje door. Eindelijk is het tijd om te plassen - wat wederom niet bijzonder soepel gaat. Gelukkig hebben ze zeep in het cafeetje zullen we maar zeggen. Mijn blaas stond op springen en ik mag ook weer eten nu. Gelukkig maar, want ik was al behoorlijk aan het trillen. Alsof ik dagen niet gegeten heb werk ik mijn panini naar binnen.
We hebben nog wat tijd over, dus wandelen we een museum binnen. Leuk, mooi en vooral lekker rustig. Ook nog een stukje cultuur meegepakt, met hele bijzondere schilderijen. Inmiddels houden mijn pootjes het wel voor gezien en begint het uur van de waarheid ook steeds dichterbij te komen. Langzaam sukkelen we weer terug richting de parkeergarage, waar we onderweg nog snel een wafel bestellen. Vandaag mag het.
Terug in de auto merk ik dat ik gespannen ben. Wat zal De Professor gaan zeggen? Heeft hij een oplossing? Wat verwacht ik er eigenlijk van? Ik weet niet precies waar ik op moet hopen. In de wachtkamer is het inmiddels behoorlijk volgelopen. Ik hoop maar dat ik snel aan de beurt ben.
Na niet al te lange tijd roept De Professor me binnen. Net zoals de vorige keer geeft hij me geen hand, maar dit keer was ik erop voorbereid. Ik ga zitten, schuifel wat met mijn stoel. Ik ritsel met mijn plastic bekertje en hoop op goed nieuws, hoewel ik niet helemaal zeker weet wat dat dan precies zou betekenen.
De Professor werpt me een blik toe. Dan kijkt hij in de berg papieren die voor hem ligt. Uitslagen. Mijn uitslagen. Hij bladert wat. En kijkt me nog eens aan.
'Ja, niet goed he?' zegt hij.
'Nee?' vraag ik gespannen.
'Nee. Zeker niet. Kijk, hier.' Hij wijst op allerlei getalletjes en begint aan zijn uitleg. 'Een overgroei van bacteriën in uw darmen. Het immuunsysteem ligt volledig plat. Een lekkende darmwand. Fructose-intolerantie. Een overbelaste lever. Schimmels. Virussen. Nauwelijks Natural-Killer cellen. Giftige stoffen in uw bloedbaan.'
Ik luister. Vraag. Probeer het te begrijpen. Kijk mee naar allerlei rood uitslaande getallen en zie dat het niet goed is. Vraag hoe het ontstaan is.
'Waarschijnlijk die oude pfeiffer. Nooit helemaal weggegaan. Een aanslag op het immuunsysteem. Overgevoeligheid voor voedingsmiddelen. Aanleg. Pech.'
'Kan ik beter worden?' Ik houd mijn adem in.
Plots is hij heel stellig.
'Ja. Zeker. U zult volledig recupereren. Omdat u zo jong bent.'
Voorzichtig laat ik mijn adem gaan. Wat een opluchting.
'Maar het gaat zeker wel anderhalf jaar duren. Want dit is echt niet goed.'
Ik slik de pijn weg. Ik moet nog meer vragen. Over de behandeling, de medicatie. Ik wil het allemaal begrijpen. Ik wil weten wat er met me aan de hand is, hoe dit is gekomen. Hoe het kan dat het de laatste tijd beter met me gaat. Gelukkig heeft hij op het meeste vragen antwoord. Kan hij al mijn klachten aan de hand van deze uitslagen verklaren. De pijn in mijn rug, het snelle verzuren, het slechte slapen. Het hoort er allemaal bij. Het schept helderheid, maar in mijn achterhoofd gonzen de getallen. Waar sommige waarden in de honderden horen te zijn, zijn ze bij mij nog geen dertig. Niet best.
Als we uitgevraagd zijn lopen we de wachtkamer weer in. Over drie maanden moet ik terugkomen. In die drie maanden zal ik waarschijnlijk eerst nog behoorlijk achteruit gaan. Klein cadeautje van de medicijnen. Leuk. Fijn vooruitzicht ook.
Na het maken van nieuwe afspraken, het oplappen van mijn vader die even onderuit is gegaan (de beste man wil ook even wat aandacht op zo'n dag die alleen om mij lijkt te draaien), een gesprek met de diëtiste (juist, weer een nieuw dieet) en een bezoekje aan een Belgische supermarkt om de eerste basisbehoeften voor mijn nieuwe regime vast in the pocket te hebben, heb ik eindelijk een momentje voor mezelf. In de auto probeer ik alles tot me door te laten dringen.
'Wat vind je ervan, wat hij zei?' vraagt mijn vader.
En ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Het is fijn dat er nu een verklaring is, dat er veel duidelijke redenen zijn waarom ik me zo slecht voel. Het is fijn dat het goed gaat komen. Het is fijn dat ik uitzicht heb op - uiteindelijk - nog meer verbetering. Maar toch. Ik ben geschrokken. Het is een klap. Dat het zo slecht is, terwijl ik dacht dat het zo goed met me ging. Hoe slecht moet het dan wel niet geweest zijn? Het doet pijn dat weer even alles om mijn ziekte draait, terwijl ik eigenlijk het gevoel had dat ik het een beetje achter me aan het laten was. Het is er weer even helemaal.
Stilletjes rijden we terug naar Utrecht. Thuis aangekomen wil mijn moeder natuurlijk alles horen. Ook zij is geschrokken. Weet het niet goed te plaatsen. En ik? Ik ben kapot, ik kan niet meer.
Later in bed - als Aimee Mann in mijn oren herhaaldelijk 'How am I different?' zingt - breek ik. Het is even te veel. Ik kan het allemaal even niet meer plaatsen, snappen of vatten. Ik huil, en huil, en huil. Waarom gebeurt mij dit toch? Ik was toch juist beter aan het worden? Het ging toch zo goed? Waarom ben ik niet gewoon gezond? Waarom is het niet een keer klaar? Waarom ik? Waarom toch? Ik weet het allemaal even niet meer.
Na een kwartiertje zwelgen in zelfmedelijden val ik in slaap. Wat een dag.
Sterkte
BeantwoordenVerwijderenhang on, moppie
BeantwoordenVerwijderenJaap
Jeetje, dat is wel even schrikken als je met je neus op de feiten gedrukt wordt. Maar...het heeft ook een hele positieve kant dat ze nu echt afwijkingen gevonden hebben. Dat betekent dat er nu ook middelen ingezet kunnen worden om je écht beter te maken. En dat er een goed perspectief is met betrekking tot herstel, wat toch minder zou zijn als onduidelijk zou blijven wat er nu eigenlijk mankeert. Het gaat nog even duren voor je écht beter bent, maar hopelijk put je er steun uit dat je het blijkbaar geen ziekte is waar je de rest van je leven last van zult hebben.
BeantwoordenVerwijderenEnne, je schrijft dat je je zoveel beter en gezonder voelt dan eerst. Het feit dat de uitslagen aanduiden dat je wel degelijk ernstig ziek bent, doet niets af aan je gezondere gevoelens. Ook met slechte uitslagen kun je je blijkbaar wel beter voelen en die uitslagen betekenen niet dat je nu veroordeeld bent tot weer 1,5 jaar pure ellende. Probeer voort te bouwen op die goede dagen. Het zullen er hopelijk steeds meer worden! Heel veel sterkte de komende tijd tijdens die medicatiedip, het is voor een heel goed doel...!
Marije
Hoi Maartje,
BeantwoordenVerwijderenSucces de komende tijd en fijn dat die arts je zo goed kon helpen! Dat is toch dhr. De Meirleir? Kan je daar gewoon een afspraak maken? En was je hiervoor al eens goed in een ziekenhuis onderzocht (maar doet De Meirleir het toch een stuk grondiger dan andere artsen)? Ik snap dat je nu met jezelf bezig bent hoor, dus je hoeft niet per se te reageren. Maar ik heb ook al anderhalf jaar CVS-klachten, dus je begrijpt dat jouw verhaal me hoop geeft! Weet je wat voor bacteriën zijn er dan in je bloed gevonden? Ook Mycoplasma of niet? Thanks en nogmaals veel sterkte,
Annemarie
Hey Maartje,
BeantwoordenVerwijderenGoed dat je nu eindelijk kan starten met behandeling. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het mag aanslaan. Moet je nu ook vollop aan de antibiotica?? ik heb nu 6maandan gedaan en eind april weet ik de uitslag hoe het gesteld is. Zou je me nog even kunnen vertellen welke medicatie, antibiotica en supplementen je precies moet nemen??
Ik wens je heel veel sterkte, hoop dat je niet al te veel achteruitgaat!!! En nog veel harder hoop ik dat je idd echt beter zult zijn binnen 1,5jaar. Het lijkt nu nog ellendig lang, dat kan ik me best voorstellen, maar laat ons gewoon hopen dat hij gelijk heeft, en dat de therpaie mag aanslaan, want sommige hebben pech dat dat niet lukt.. Dus HOPEN!!!!!!!!!!
Ps ik heb nu ook een lichtlamp!!
Myrthe
sterkte! :)
BeantwoordenVerwijderenvan zo'n medicijndip weet ik ook genoeg, helaas, maar we gaan er vanuit dat het voor het goede doel is!
ik vind binnen 1,5 jaar volledig herstel zelfs erg snel, ik help het je hopen.
niet negatief bedoeld hoor, meer realistisch.
maar goed, ik ben zelf dat ook al iets langer ziek. wat maakt dat ik anders naar dingen kijk.
geniet nog van het feit dat je nu meer naar buiten kunt, die ervaringen pakt niemand je meer af. ;)
dan heb je wat leuks om aan terug te denken als je in een (medicijn!)dipje zit.
groetjes van iemand die ook altijd teveel wil!
@ Marije: Dank voor je uitgebreide lieve reactie. De dingen die jij noemt zijn ook de dingen waar ik blij mee ben, en dat maakte ook dat ik het bericht lastig te plaatsen vond. Enerzijds de duidelijkheid en grote kans op herstel, anderzijds de klap dat het toch echt allemaal niet zo goed zit nog. Wat ook weer goed is, omdat ik vergeleken met een gezond persoon nog echt niet veel kan. Maar vergeleken met waar ik vandaan kom is het wel heel veel. Maar het is dus goed dat er, als het goed is, nog meer herstel aan zit te komen. Dus vooral de goede punten er maar uit pikken inderdaad!
BeantwoordenVerwijderen@ Annemarie: Klopt, het is prof De Meirleir inderdaad. Je kan gewoon naar zijn kliniek bellen/mailen voor een afspraak, maar hij heeft wel een wachttijd van een paar maanden. Als je zijn gegevens wilt (of meer dingen wil weten) mag je me mailen (zie m'n profiel). Ik ben al meer dan anderhalf jaar geleden ook eens onderzocht in de VU door een internist en daar kwamen wel wat kleine afwijkingen aan het licht, maar dat was toen geen reden om door te zoeken. Sowieso is dat toen allemaal niet heel grondig gebeurd. Vorig jaar heb ik nog wat onderzoeken in het CVS centrum hier in Amsterdam gehad, waar best opvallende dingen gevonden werden, maar nooit was er echt een sluitende verklaring voor mijn ziek zijn. En sowieso hadden ze geen behandeling. Nu blijkt dat die afwijkingen gewoon gevolgen zijn van oa die bacteriën, dus het is wel heel fijn dat alles nu eindelijk in het plaatje past. Ik had overigens met name een enterococcen overgroei en nog eentje, maar die ben ik vergeten. Geen mycoplasma dacht ik. Jij ook veel sterkte!
@ Myrthe: Inderdaad ook aan de antibiotica en ook antimycotica (tegen de schimmels). En nog wat supplementen ed. Weet nog niet precies welke, dat hing nog af van een paar laatste uitslagen. Maar zal het allemaal wel lezen in het behandelplan, krijg ik als het goed is snel thuis gestuurd. Maar jij zit dus ook bij De Meirleir? En levert het je al iets op?
@ 'Iemand die ook altijd te veel wil' ;): Klopt, ik geniet er zeker van dat ik nu nog meer kan en hoop maar dat de terugval een beetje mee zal vallen. En zo niet, dan heb ik inderdaad heel veel leuke dingen waar ik fijn aan terug kan denken en van kan nagenieten. Die anderhalf jaar, tsja.. na het eerdere bericht van een half jaar viel het toch een beetje tegen (hoewel ik dat toen al niet helemaal kon geloven), maar als het klopt en ik straks weer helemaal gezond ben, ben ik uiteraard helemaal gelukkig. Maar goed, dat moeten we natuurlijk ook maar afwachten, of dat écht zo gaat zijn. We gaan er in elk geval wel voor!
hee lieve maart,
BeantwoordenVerwijderenmooi opgeschreven. dit weekend nog proberen met de head mee te fietsen voordat het allicht weer minder gaat...?
vind dat je er heel goed mee omgaat, hou het vol!
xxxxxxxx anna
Dank je wel voor je reactie, Maartje! Ik ga ook een afspraak bij hem maken.Ik blijf je blog volgen. Sterkte de komende tijd!
BeantwoordenVerwijderengroetjes,
Annemarie